De uitstoot van zwavelhoudende gassen door
de mens heeft een aantal negatieve gevolgen voor ons milieu,
zoals o.a. de vorming van smog in de winterperiode en zure neerslag.
In vele landen is de reductie van zwavelemissies dan ook een
expliciete doelstelling van het milieubeleid, zoals in de grafiek
voor Nederland te zien is:
De zwavelemissie heeft echter ook een positief
effect. Zwavelhoudende gassen worden in de troposfeer
snel geoxideerd tot zwavelzuur, dat vrijwel uitsluitend in
de aërosolfase voorkomt omwille van de vrij lage dampdruk
(=sulfaataërosol). Sulfaataërosolen camoufleren
de verwachte temperatuurstijging door het versterkte
broeikaseffect:
Omdat ze zeer effectief
zijn in het reflecteren van zonnestraling (=directe afkoeling)
Omdat ze belangrijke condensatiekernen
zijn voor waterdruppels (=indirecte afkoeling)
Toename van de zwaveluitstoot betekent dus
afkoeling aan het aardoppervlak en werkt dus de gevolgen van
het versterkte broeikaseffect tegen (global dimming). De wenselijke
vermindering van de uitworp van verzurende stoffen kan dus
leiden tot een temperatuurstijging aan het oppervlak.