Het wordt warmer...

 
   
     
 
...op de planeet Aarde. Daar zijn alle wetenschappers het over eens. De Climatic Research Unit houdt de wereldgemiddelde temperatuur bij aan de hand van metingen op vele stations over de hele aardbol. Deze gegevens zijn gecorrigeerd voor o.a. veranderingen in meetapparatuur, meetomstandigheden en de toenemende invloed van verstedelijking. Ze worden wereldwijd gebruikt in klimaatstudies:
 
 
     
   
  Bron:Climatic Research Unit  
 
     
 
Het warmste jaar uit de gehele reeks is 1998 met een temperatuur van 0.58°C boven het gemiddelde van de periode 1961-1990. Het is bovendien opmerkelijk dat de tien mondiaal warmste jaren allemaal werden opgetekend in de laatste 15 jaar. In afnemende volgorde: 1998, 2005, 2003, 2002, 2004, 2006, 2001, 2007, 1997 en 2008.
 
     
 
Het verloop van de gemiddelde mondiale temperatuur wordt, zoals uit voorgaande is gebleken, beïnvloed door de activiteit van de zon, vulkaanuitbarstingen, El Niño's, menselijke activiteiten en op lange termijn plaattektoniek en de baan van de aarde om de zon en de helling van de aardas.
Kortstondige temperatuurfluctuaties kunnen het gevolg zijn van vulkaanuitbarstingen (zoals de uitbarsting van Mt. Pinatubo in juni 1991) en El Niño's. De sterke El Niño van 1997-1998 heeft er bijvoorbeeld mede voor gezorgd dat 1998 het warmste jaar werd, sinds de metingen. In 1999 en 2000 zie je dat de Grote Oceaan de warmte, overgedragen aan de atmosfeer tijdens de El Niño-fase, terug opneemt met een tijdelijke daling van de wereldgemiddelde temperatuur tot gevolg.
 
     
 
Rob van Dorland, klimaatonderzoeker aan het KNMI, heeft deze snelle fluctuaties in het verloop van de waargenomen gemiddelde mondiale temperatuur weggefilterd. Zo kan 90% van de variaties op een tijdschaal van 10 jaar en meer verklaard worden door de activiteit van de zon (gleissberg cyclus) en de invloed van de mens. De groene curve (=gecombineerde effect van zon en mens) in onderstaande temperatuurtrend sluit vrij goed aan bij de blauwe curve (=waargenomen temperatuur op aarde bewerkt met een 6-jaar filter). De algemeen stijgende tendens vanaf 1910 tot 1940 kan in hoofdzaak worden toegeschreven aan een toename in de zonneactiviteit, terwijl de lichte afkoeling tussen 1940 en 1970 wordt veroorzaakt door een afname van de zonneactiviteit en een niet geheel compenserende temperatuurstijging als gevolg van broeikasgassen. Vanaf 1980 kan de toename van de gemiddelde mondiale temperatuur in hoofdzaak worden toegeschreven aan de invloed van de mens op het klimaat.
 
 
     
   
  Bron: KNMI  
 
     

Stabilisering mondiale gemiddelde temperatuur in eerste decennium 21ste eeuw als bewijs voor antropogeen effect:

 
 

Wanneer we de grafiek bovenaan bekijken van Climatic Research Unit zien we dat er het laatste decennium een minder sterke stijging optreedt van het voortschrijdend gemiddelde van de mondiale temperatuur. Warmt de aarde dan niet meer op? Om deze trend te verklaren zijn er drie belangrijke elementen die spelen:

  1. Zonneactiviteit:
    De laatste 20 jaar nam de zonneactiviteit geleidelijk aan af, met als absoluut dieptepunt 2009. In volgende trend wordt dit duidelijk:

    Vergroot TSI

    De rode curve geeft het jaarlijks gemiddelde weer van de zonneactiviteit. Je vindt hier duidelijk de zonnecyclus in terug, dewelke varieert met een gemiddelde periode van elf jaar (Deze cyclus hangt samen met de zonnevlekkencyclus). De blauwe curve geeft het voortschrijdend elfjarig gemiddelde weer en middelt in feite voor elke (elfjarige) zonnecyclus. Deze curve vertoont een duidelijke neerwaartse trend.
    Verwacht wordt dat de komende jaren de zon terug wat actiever zal worden. Eind 2009 zijn ondertussen opnieuw de eerste zonnevlekken waargenomen. De maximum zonneactiviteit wordt verwacht in 2013 - 2014 zoals blijkt uit deze trend. Het voortschrijdend elfjarige gemiddelde zal echter blijven dalen...

  2. La Niña:
    Zoals eerder besproken in het onderdeel El Niño wordt tijdens een El Niño warmte overgedragen aan onze atmosfeer door de Grote Oceaan. Tijdens een La Niña gebeurt echter het omgekeerde... De laatste jaren van dit decennium is er vrijwel continu warmte onttrokken aan de atmosfeer van de aarde door de Grote Oceaan. Eind 2009 schijnt zich uiteindelijk toch een nieuwe El Niño te ontwikkelen...

  3. Broeikasgassen:
    Zoals besproken in het onderdeel broeikasgassen veroorzaken de almaar toenemende concentraties broeikasgassen een versterkt broeikaseffect.

Nu, wanneer we enkel natuurlijke factoren (punt 1. en 2.) in rekening brengen zou de curve van de wereldgemiddelde temperatuur een neerwaartse trend moeten vertonen. De aarde zou met andere woorden moeten afkoelen. Dit is duidelijk niet het geval... of zoals klimatoloog Wouter Lefebvre in HALO (maandblad van de Vereniging voor Weerkunde) van augustus 2009 het verwoordde:

"... toch is het opvallend dat de laatste jaren bijna al deze natuurlijke factoren ofwel niet spelen (bv. variaties in de aardbaan hebben geen fluctuaties op zo'n korte tijdschaal) ofwel de aarde zouden moeten afkoelen (negatieve trend van El Niño; al enkele jaren een heel weinig actieve zon) en dat de aarde toch niet afkoelt. Er moet dus toch iets de aarde nog altijd aan het opwarmen zijn; ik vraag me af wat..."

Het mag duidelijk zijn dat de volgende jaren de opwarming zich onvoorwaardelijk zal verderzetten door de verdere stijging van broeikasgassen. Klimaatonderzoekers voorspellen dat de temperaturen waarschijnlijk sneller zullen stijgen dan de IPCC-projecties, onder bijkomende invloed van de opnieuw aantrekkende zonneactiviteit en het extra effect van de aangekondigde El Niño.

 
     
   
   
     
 

Resulteert een mondiale opwarming in een warmer klimaat in België en Nederland?

 
 
Wel, in de eerste plaats moet gezegd dat er niet noodzakelijk een verband hoeft te zijn tussen de wereldwijde temperatuurtrend en de evolutie van de temperatuur op een welbepaalde plaats. Het klimaat is chaotisch van karakter en heeft de neiging voortdurend te fluctueren. Herinner u dat we in het onderdeel 'Het natuurlijke broeikaseffect' gezegd hebben dat het klimaat wordt aangedreven door onze zon, maar dat de absorptie van straling afneemt met de geografische breedte in de richting van beide polen. Aangezien in de tropen netto energie werd opgenomen en aan beide polen netto energie werd uitgezonden, moest er een vorm van energietransport bestaan tussen de tropen en beide polen. We hebben gezegd dat er energie wordt vervoerd door winden in onze atmosfeer (troposfeer) en golfstromen in de oceanen. Het zijn nu net deze transportsystemen die een enorme invloed uitoefenen op het lokale niveau. Elke verandering in de eigenschappen of richting van deze transportsystemen heeft een impact op het klimaat ter plaatse.

In ‘De toestand van het klimaat in Nederland 2008’ is op basis van waarnemingen geconstateerd dat de temperatuur in Nederland en de ons omringende landen de afgelopen jaren ongeveer twee keer zo snel is gestegen als de wereldgemiddelde temperatuur. Deze toename lijkt systematisch te zijn en berust zeer waarschijnlijk niet op een natuurlijke schommeling. De sterke opwarming in Nederland wordt voor een gedeelte bepaald door factoren die niet eenvoudig naar de toekomst te extrapoleren zijn. De toename in westenwinden is over de laatste decennia vrij extreem geweest. Op de langere termijn kunnen mogelijke veranderingen in de Noord-Atlantische Oceaan en de ‘Warme Golfstroom’ ook een sterke invloed hebben op de temperatuur in Nederland en België.
 
     
   
     
 
Gegevens voor Nederland (in PDF): Klimaatverandering in Nederland (KNMI 2009)
 
     
 
De gegevens voor België (in PDF): Oog voor het klimaat (KMI)
 
     
 
Top